Financiële impact extra zwerfafvalkosten door statiegeldzoekers inzichtelijk gemaakt

De invoering van statiegeld op kleine plastic flesjes (2021) en blikjes (2023) heeft geleid tot een afname van deze verpakkingen in het zwerfafval. Tegelijkertijd ervaren gemeenten een nieuw probleem: statiegeldzoekers die afvalbakken doorzoeken op zoek naar inwisselbare verpakkingen. Dit zorgt voor extra zwerfvuil op straat, beschadigde afvalbakken en hogere reinigingskosten. De vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) hebben IPR Normag daarom gevraagd de extra zwerfafvalkosten als gevolg van statiegeldzoekers in kaart te brengen. Dit onderzoek geeft een eerste, onderbouwde schatting van de financiële impact.

Opdrachtgever

G4-gemeenten (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht)

Periode

2025

Statiegeld: goed systeem met ongewenste bijeffecten

Hoewel statiegeld een waardevol milieumiddel is, heeft het in de praktijk ook een negatief neveneffect: zwerfvuil door statiegeldzoekers. Door het doorzoeken van openbare prullenbakken belandt afval vaker op straat. Voor sommige mensen, waaronder dak- en thuislozen, vormt het zoeken naar statiegeldverpakkingen een belangrijke inkomstenbron. Dat zorgt voor maatschappelijke baten, maar ook voor overlast, vooral in drukke binnensteden.

Wat gebeurt er in de openbare ruimte?

Gemeenten signaleren meerdere concrete effecten:

  • Meer zwerfvuil rond afvalbakken doordat bakken worden leeggehaald
  • Verspreiding van afval door wind en dieren
  • Opengetrokken huisvuilzakken in gebieden waar met zakken wordt ingezameld
  • Beschadiging van afvalbakken door geforceerde deurtjes en sloten

Dit leidt niet alleen tot een rommeliger straatbeeld, maar ook tot extra werk en kosten.

Extra kosten voor gemeenten

De belangrijkste kostenposten zijn:

  • Meer opruimtijd per afvalbak: De leegtijd per bak neemt fors toe doordat afval rondom de bak moet worden opgeruimd.
  • Hogere kosten voor straatreiniging: Extra handmatig vegen en inzamelen van los afval, met name in centrumgebieden.
  • Reparatie en vervanging van afvalbakken: Regelmatige schade door openbreken of forceren van bakken.
  • Handhaving en projectkosten: Inzet van handhavers, pilots, overleg en communicatie om overlast te beperken.

De omvang van het probleem in de G4

De extra jaarlijkse kosten zijn ingeschat op basis van kostenbepalingen in Rotterdam en Amsterdam, die zijn geëxtrapoleerd naar de overige G4-gemeenten.

  • Amsterdam: € 3,95 miljoen
  • Den Haag: € 1,90 miljoen
  • Rotterdam: € 2,23 miljoen
  • Utrecht: € 1,31 miljoen

 

Totaal G4: circa € 9,4 miljoen per jaar aan extra zwerfafvalkosten als gevolg van statiegeldzoekers, wat gemiddeld neerkomt op zo’n €7,- per huishouden.
Het gaat hierbij om een onderbouwde eerste indicatie, die een realistisch beeld geeft van de financiële impact voor grote steden.

Waarom vooral grote steden worden geraakt

De problematiek concentreert zich in gebieden met een hoge zogenoemde verblijfsdruk: veel inwoners, bezoekers en forenzen die dagelijks gebruikmaken van de openbare ruimte. Meer mensen betekent meer afval, meer afvalbakken en een grotere aantrekkingskracht voor statiegeldzoekers. Dit vergroot de kans op zwerfvuil en schade.

Oplossingsrichtingen in beeld

De genoemde oplossingsrichtingen zijn geen uitkomst van het onderzoek, maar betreffen maatregelen die in de praktijk worden overwogen of beproefd.

  • Technisch afvalbakken
    • Aanpassen van afvalbakken (ontwerp & techniek), waarbij het niet meer mogelijk is om spullen uit te halen
    • Statiegeldvoorzieningen naast afvalbakken, waar statiegeldzoekers zonder rommel te maken de statiegeldverpakkingen kunnen meenemen
  • Financiële prikkels
    • Verhogen van het statiegeld, waardoor men gestimuleerd wordt om de verpakking in te leveren
    • Een bonus bij het inleveren van statiegeldverpakkingen
    • Een verhoging van het statiegeldbedrag wordt voorlopig niet doorgevoerd. In plaats daarvan zet uitvoerder Verpact, na ingrijpen van het ministerie en dreiging van handhaving door de ILT, in op uitbreiding van het aantal inzamelpunten, betere werking van innamemachines en aanvullende beloningsacties voor consumenten.
  • Uitbreiding en spreiding van innamepunten
    • Meer innamepunten bij winkels waar verpakkingen verkocht worden
    • Innamepunten op specifieke locaties. Ook mobiel bij b.v. evenementen.
    • Innamepunten met bulk verwerking (een tas tegelijk, in plaats van stuk voor stuk inleveren)
  • Communicatie
    • Publiekscampagnes, bewustwording en verleiden
    • Informatie op afvalbakken en via social media
    • Gericht op bezoekers, horeca en evenementen en aansluiten bij bestaande initiatieven
    • Normaliseren van sociaal gewenst gedrag
  • Handhaving
    • Gerichte (ook preventieve) handhaving
    • Ook via zorg- en welzijnsorganisaties, uitleg over statiegeld zoeken als alternatieve dagbesteding of inkomsten, maar wel op een nette en geaccepteerde wijze

Tot slot

Dit onderzoek maakt zichtbaar dat statiegeld, naast milieuwinst, ook structurele beheerkosten met zich meebrengt voor grote steden. Verdere verdieping, lokale doorrekening of beleidsvertaling kan helpen bij het maken van onderbouwde keuzes.