Gemeentelijke rolopvatting verschilt sterk bij bedrijfsafvalinzameling in drukke binnensteden: schaalgrootte belangrijk om uitdagingen op te lossen

In opdracht van Vang Buitenshuis heeft IPR Normag een bureaustudie uitgevoerd naar de manier waarop de G40 en G4 gemeenten bedrijfsafval inzamelen in hun (drukke) binnensteden

Opdrachtgever

Rijkswaterstaat Vang Buitenshuis

Periode

2025-2026

Er bestaat geen dominante standaardrol

De bureaustudie laat zien dat:

  • Gemeenten sterk verschillen in hun communicatie over bedrijfsafval.
  • De rolopvatting van gemeenten bepalend is voor de mate van informatievoorziening.
  • Ondernemers vaak bereid zijn om te scheiden, maar praktische en financiële belemmeringen ervaren.
  • Open inzamelsystemen kwetsbaar zijn voor misbruik.
  • De samenstelling van het (bedrijfs)restafval sterk varieert en afhankelijk is van het type bedrijven.
  • Beleidsontwikkelingen de komende jaren invloed zullen hebben op afvalstromen, terwijl ondernemers nog onvoldoende zicht hebben op deze veranderingen.

Deze inzichten vormen een belangrijke basis voor de verdere analyse en aanbevelingen binnen de quickscan. De uitkomsten van de quickscan zijn te vinden op de website van Rijkswaterstaat.

Verschillende rolopvattingen van gemeente bij bedrijfsafvalinzameling

Vier onderscheidende rollen voor gemeenten bij bedrijfsafvalinzameling: publieke regisseur, bestuurlijke verbinder, historisch gegroeid en laissez-faire. Onderscheidend vermogen is de drijvende kracht achter de inzameling van bedrijfsafval: is het maatschappelijk of is het privaat domein? En hoe gemeenten de bedrijfsafvalinzameling zien in de openbare ruimte: terughoudend of sturend?

Schaalgrootte belangrijk bij bedrijfsafvalinzameling

De analyse laat een duidelijke samenhang zien tussen gemeentegrootte en archetype. Grotere gemeenten vallen vaker binnen het archetype publieke regisseur, terwijl kleinere gemeenten vooral het laissez-faire archetype vertegenwoordigen.

Waar grotere gemeenten communicatie inzetten als onderdeel van hun sturing, blijft deze bij kleinere gemeenten vaak beperkt of afwezig. Daarmee hangen schaalgrootte, archetype en communicatiestrategie duidelijk met elkaar samen.

De diepte‑interviews bevestigen dit beeld. Een grotere gemeente, zoals Den Haag kent meer mogelijkheden om een actievere of meer sturende rol te vervullen, vooral doordat zij over meer capaciteit beschikken. Een kleinere gemeente, zoals Oss, geeft juist aan dat beperkte schaal en capaciteit dwingt tot een praktischer en beperktere invulling van hun rol, waarbij bredere ambities, zoals circulariteit, minder haalbaar zijn.

De analyses laten zien dat er geen dominante standaardrol bestaat. De meerderheid van de, met name kleinere, gemeenten kiest voor een terughoudende, private benadering, terwijl actieve sturing in binnensteden vooral bij de grotere gemeenten voorkomt. De diepte-interviews laten zien dat schaalgrootte en capaciteit hierbij een belangrijke rol spelen.

Uitdagingen voor gemeenten: ruimtegebrek, overlast in openbare ruimte en slechte mogelijkheden gescheiden inzameling

De bureaustudie omvatte ook een vragenlijst voor de G4 en G40 gemeenten. In de antwoorden benoemen deze gemeenten verschillende structurele uitdagingen rondom de inzameling van bedrijfsafval in de binnenstad. Zoals ruimtegebrek, overlast in de openbare ruimte en beperkte mogelijkheden voor gescheiden inzameling.

Deze inzichten zijn relevant als kans voor de Informatiekaart, omdat een deel van de genoemde uitdagingen direct aansluit bij de oplossingsrichtingen die de kaart biedt. Collectieve en efficiëntere inzameling, minder vervoersbewegingen, betere afvalscheiding, oneigenlijk gebruik en het terugdringen van de druk op de openbare ruimte. De diepte‑interviews bevestigen dit beeld; in verschillende gesprekken komen dezelfde structurele uitdagingen terug.

Verschillende gemeenten hebben aangegeven behoefte te hebben aan een concrete handreiking of stappenplan, waarin zij ondersteund worden bij het toepassen van mogelijke oplossingsrichtingen. Door de kaart op deze manier te gebruiken en concrete voorbeelden te koppelen aan de lokale uitdagingen, kan deze een praktisch hulpmiddel worden bij de toepassing van oplossingen, in plaats van vooral een manier om oplossingen te adresseren. Om dit potentieel optimaal te benutten, is het echter van belang dat gemeenten de kaart niet alleen inhoudelijk kunnen inzetten, maar deze ook daadwerkelijk weten te vinden en herkennen als een relevant instrument binnen hun dagelijkse praktijk.