Op Prinsjesdag is duidelijk geworden dat het kabinet de aangekondigde forse verhoging van de afvalstoffenbelasting en CO₂-heffing op het verbranden van restafval doorzet. Maar de verhogingen wel over een langere periode uitsmeert. Daarmee wordt de lastenverzwaring minder fors dan eerder aangekondigd. Over de periode tot en met 2035 circa 25% lager. Maar fors blijft zij nog steeds.
Op kantoor hebben wij de stukken goed bekeken. Wij zien drie effecten:
Een financiële prikkel om de hoeveelheid restafval te verminderen kan bijdragen aan de transitie naar een circulaire (grondstoffen)economie. Tegelijkertijd is de prikkel zo groot dat ook rekening moet worden gehouden met ongewenste effecten. De afvalverwerkers hebben dit ook duidelijk laten weten. Bovendien wordt de belasting grotendeels aan het einde van de keten geheven. Daarmee wordt slechts beperkt rechtstreeks gestuurd op aanpassing en verduurzaming van producten en productieprocessen.
Ook voor gemeenten kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. De hogere kosten voor het verbranden van restafval worden via de gemeentelijke afvalstoffenheffing doorberekend aan inwoners. Dat kan het draagvlak voor verdere afvalscheiding onder druk zetten. Inwoners scheiden hun recyclebare grondstoffen steeds beter, maar moeten toch een steeds hogere afvalstoffenheffing betalen.
“We scheiden onze recyclebare grondstoffen steeds beter, maar toch wordt de afvalstoffenheffing steeds hoger”
Voor diftargemeenten speelt nog een ander effect. Als de verwerkingskosten sterk stijgen, kan de verhouding tussen het vaste en variabele tarief onder druk komen te staan. Een te hoog variabel tarief vergroot immers ook het risico op ontwijkgedrag. Gemeenten kunnen daardoor genoodzaakt zijn een belangrijk deel van de extra kosten in het vaste tarief op te nemen. Per saldo wordt daarmee juist de prijsprikkel van het diftarinstrument kleiner.
Al met al blijft het voor gemeenten van belang om in te zetten op het terugbrengen van de hoeveelheid huishoudelijk restaval. In onze adviespraktijk een onderwerp waar wij veel gemeenten over adviseren en bij ondersteunen.
De plannen zijn overigens nog niet definitief. Het Belastingplan 2027 moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld.